De Hollandse Smoushond

De Hollandse Smoushond is een van onze Nederlandse rassen. Het ras is nog in opbouw. Het is een strokleurig, ruigharig en levendig hondje. Hij is krachtig gebouwd.Bij de fokkerij is  gezondheid en karakter het belangrijkste.

De Hollandse Smoushonden Club is opgericht op 1 april 1978.
Het is de officiële rasvereniging voor dit ras, goedgekeurd door de Raad van Beheer.

HIER vindt u hoe u aan een Hollands Smouspupje komt.

Waar de Hollandse Smoushond precies  vandaan komt, is niet met zekerheid te zeggen. Er werd vroeger weinig aandacht geschonken aan dit soort stalhonden, die gehouden werden om het ongedierte in de paardenstallen te verdelgen en er werd nauwelijks iets over geschreven. Pas in de 19e eeuw veranderde dit. Na 1850 zijn wat meer feiten over de geschiedenis op schrift gesteld.

In Amsterdam woonde destijds een bekende hondenhandelaar, C.J. Abraas. Deze verkocht de Smous als “Heeren Stalhond” voor de Koopmansbeurs. Cafés in de omgeving van de beurs beschikten, door zijn toedoen bijna allemaal over een Smousje. Hij fokte de stalhonden niet zelf. Hij betrok ze uit Rotterdam en men vermoedt, dat de honden per boot uit Duitsland kwamen, dat het ras is ontstaan uit de gele exemplaren van de ruwharige Duitse Pinscher (de huidige Schnauzer), die door de Duitsers als miskleur beschouwd werden. Waarschijnlijk konden de gele ruwharige Duitse Pinschers goedkoop en gemakkelijk worden gekocht.

Uit een door L. Seegers geciteerde beschrijving van deze honden blijkt, dat ze een tamelijk uniform type bezaten. De naam Smous of Smoushond kreeg hij door zijn ruwharige vacht en behaarde gezicht, zoals ook Joden (toen eveneens Smouzen genoemd) destijds hadden. De hondjes waren zowel aan de staart als aan de oren gecoupeerd.

Na aanvankelijk met succes op tentoonstellingen te zijn uitgebracht, raakte het ras al snel in verval. Op de 1e Cynophilia- tentoonstellingen, in 1890 en]1891, waren er nog maar 4. In 1905 werd door Seegers voorstellen voor een standaard gemaakt. De bedoeling was aan de bestaande verwarring rond het ras een eind te maken en het ras nieuw leven in te blazen. Het Smousje kreeg toen ook de toevoeging “Hollandse” om verwarring met de Belgische Smousjes (Griffons) weg te nemen.

Een in 1920 ondernomen poging tot herstel van het ras mislukte: Het grote publiek voelde meer voor spectaculaire buitenlandse rassen.

Kort voor de oorlog wist de in 1905 opgerichte Smoushondenclub, mevrouw C. van den Hurk-Kleyn, fokster van Keeshonden, over te halen het eens met Smouzen te proberen. Binnen de kortste keren was ze een enthousiast Smouzenliefhebster. Samen met mevrouw S.P. Nagel- v. d. Sluys legde zij een basis voor de weder- opbouw van het ras.

Binkie, een teefje uit 1934 (zie het staande hondje op de foto) wordt nog steeds beschouwd als een zeer mooi exemplaar Hollandse Smoushond. Zij staat model voor het hedendaagse smousje.

Helaas, de oorlog maakte een eind aan deze illusie; in de bijlage van het stamboek van na de oorlog, vindt men nog slechts 4 nesten, 1 in 1946, 2 in 1947 en  een in april 1949.

Het zou 25 jaar stil blijven, voordat mevrouw Mia van Woerden en mevrouw Riek Barkman de koppen bij elkaar staken en plannen ontwikkelden de Hollandse Smoushond nieuw leven in te blazen. Zij starten toen het terugfokprogramma.

De Hollandse Smoushond is aanhankelijk, vrolijk, vriendelijk en vrij van aard. Honkvast. Niet zenuwachtig, druk, of schrikachtig. Het is een ruigharige, levendige, beweeglijke, krachtig en vierkant gebouwde hond.

 

  • Hoogte reuen 37-42 cm, teven 35-40 cm. Gewicht 9 a 10 kilogram.
  • Het hoofd: is breed en kort met een duidelijke stop. Het hoofd is met hetzelfde stugge haar bedekt als het lichaam, maar dan iets korter op de schedel. De wangen zijn langer behaard.
  • Er is flink garnituur, bestaande uit snor, baard en wenkbrauwen; Neusspiegel zwart en breed.
  • Bij voorkeur normaal scharend gebit; een tanggebit of een ondervoor scharend gebit zijn echter niet als foutief te beschouwen.
  • De donkerbruine ogen zijn zeer karakteristiek, ze hebben een vriendelijke, levendige, uitdrukking, groot en rond, met sterk ontwikkelde donkere wimpers en zwarte oogranden.
  • De kleine hangende oren zijn hoog aangezet, driehoekig van vorm met iets afgeronde punt.
  • Het lichaam maakt een indruk van stevigheid; De borst is niet overmatig diep, met goed gewelfde ribben, en maakt een brede indruk. De buik is weinig opgetrokken. Voor-en achterhand zijn matig gehoek,  krachtig bespierd.
  • De staart is ongecoupeerd en kort vrolijk gedragen, maar niet over de rug  gekruld.
  • Het haar is over het hele lichaam grof, hard, ruw, recht, ruig uitstaand, 4 -7 cm lang. Neiging tot klitten is een ernstige fout. Voldoende van onderhaar  voorzien. De kleur is eenkleurig geel in alle schakeringen, met een voorkeur voor donkerstrogeel. Oren, snor, baard en wenkbrauwen mogen een donkerder kleur geel hebben.

Als uw smousje bekeken is op de Inventarisatiedag, waarvoor u wordt uitgenodigd, als uw hond 1,5 jaar oud is en geschikt is bevonden voor de fok, kunt u gaan denken aan een nestje. Een goedgekeurde reu kan vanaf nu op een dekadvies terecht komen.

Aan het begin van een loopsheid vraagt u een dekadvies aan bij:

Mevr. F. v.d. Giessen.
tel.: 070-3230215.
f.vander.giessen@hetnet.nl

U krijgt dan een lijst van 4 of 5 reuen, die geschikt zijn voor uw teef. Het dekgeld bedraagt 100 euro.

Het fokken wordt door de Stichting Terugfokprogramma begeleid. U krijgt een coach, die u met raad en daad terzijde kan staan. Als de pups 7 weken oud zijn, kan er een karaktertest afgenomen worden.  Aan de hand van de uitkomsten van deze test, kan het juiste pupje bij de juiste nieuwe eigenaar gezocht worden. De pupprijs bedraagt 400 euro.

U kunt hier binnenkort het fokreglement van de Vereniging downloaden.

U kunt hier een uitgebreid artikel over dekken, zwangerschap, bevalling en nestperiode downloaden als PDF-bestand.

U kunt hier binnenkort de fokkersinfo van de Stichting Terugfokprogramma Hollandse Smoushond downloaden.

Nadat in 1946 slechts één, tevens het laatste nest, was geboren en ingeschreven bij de Raad van Beheer, was het ras gedoemd uit te sterven. In 1973 besloot mevr. Riek Barkman het ras nieuw leven in te blazen. Zij had bitterzoete jeugdherinneringen aan smousjes vóór de oorlog en vroeg zich af of het mogelijk zou zijn dit oude ras te reconstrueren. Oproepen in diverse periodieken, met een foto van het smousje van mevr. Barkman’s Joodse vriendinnetje (dat in de oorlog weggevoerd en vermoord werd), leverde ontzettend veel reacties op.

Een hels karwei was begonnen voor een dame die slechts ervaring had als eigenaar van een Border terriër. Overigens heeft mevrouw Barkman in de beginjaren veel steun ondervonden van de heer M. van de Weijer, keurmeester en toen secretaris van de Raad van Beheer. Dat er onverwacht veel reacties binnenkwamen, had veel te maken met de ongekende populariteit van de poedel toentertijd. Overal in Nederland liepen Poedels  los rond. Los en loops … dus, zie hier de basis van het nieuw leven inblazen van de Hollandse Smoushond.

De huidige fokkerij gaat terug op dertig  ‘vondelingen’. De eerste keer dat een Border werd gebruikt, de teef van mevrouw Barkman zelf, was het al meteen raak. Tien jaar later, in 1983 en 1984, zijn nog eens 4 Border terriërs gebruikt, reuen ditmaal. Om hun invloed in getal te duiden: van de ruim 300 nesten die tot dan gefokt waren, hadden zes een Border als vader.

De positieve eigenschappen die de Border terrier inbracht, waren de goede maat, het korte hoofd, het zeer donkere oog, de mooie staart, de harde vacht en het zeer vrije en mensgerichte karakter. Mevrouw Barkman bezocht elke smous 2 of 3 keer, in het nest met 7 weken, op een leeftijd van 7 maanden en als volwassen hond. Alles werd nauwkeurig vastgelegd en gecatalogiseerd. Kleine aanpassingen in de loop van de tijd daargelaten, is haar fokbeleid als volgt samen te vatten: De allerhoogste prioriteit hebben gezondheid en karakter. Uiterlijk is van ondergeschikt belang. Honden die niet gezond zijn of die een afwijkend karakter hebben, worden uitgesloten van de fokkerij.

Als uw pup een echte Smouzenvacht ontwikkelt, zal het haar hard en recht zijn. Het zal tweemaal per jaar los gaan zitten en met de hand geplukt moeten worden, waarna de hond een tijdje in zijn ‘hemd’ van wollig onderhaar loopt, tot het bovenhaar er weer doorheen is gegroeid. Na een maand of drie is dat meestal weer op lengte. Het normale vachtonderhoud bestaat bij voorkeur uit … niets doen. Niet borstelen en niet kammen. Een wasbeurt is voor een normale hond niet nodig en het gebruik van shampoo zelfs schadelijk, omdat u daarmee de natuurlijke vetlaag van de hondenhuid verstoort. Is het toch nodig, bijv. na een rolpartij door rotte vis, gebruik dan een speciale hondenshampoo.

Het ‘puppypluis’ is gewoonlijk al met een maand of drie te verwijderen; de eerste echte beurt volgt als de hond zes tot acht maanden is, als het haar dan tenminste rijp is. Het plukken is bij een goede vacht niet moeilijk; veel Smouzeneigenaars doen het zelf, in enkele uren.

Pluk de hond liefst niet in afdelingen, al mag u er natuurlijk best een paar dagen over doen, maar wacht tot de héle vacht rijp is. Dat kunt u gemakkelijk nagaan: u pakt een klein plukje haar bij de punten vast en geeft een rukje, terwijl u met uw andere hand de huid strak en tegen het lijf geklemd houdt. Trek nooit de huid mee omhoog, dit geeft schade aan het bindweefsel. Als het vlot loslaat, is het rijp. Het plukgebaar zelf moet u even voorgedaan worden. Het is aan te raden het trimadvies van de HSC te bestuderen, geschreven door vachtdeskundige mevrouw Miranda de Ridder. Het mooi uitgevoerde boekje met daarin alles over de vachtverzorging en het plukken van de Smous kunt u bestellen, kosten € 2.00. Het boekje kan worden gekocht tijdens gelegenheden waar de infostand aanwezig is zoals de RITS-dagen, clubmatch en dergelijke, maar kan ook besteld worden bij Loes Burger: loes.burgerhakbijl@hetnet.nl. Bij de kosten komt dan € 2.00 voor verzending en verpakking.

Neem het plukadvies ook mee naar de trimsalon.Hebt u een Smous met een doezige vacht, dan ligt de zaak anders. Zulk haar is gewoonlijk zacht en het klit in het onderhaar. Soms is de rug nog wel te plukken (en dat moet dan ook gebeuren!), maar de rest niet. Zo’n vacht moet u wel degelijk geregeld kammen met een groftandige kam. Leer uw pup van het begin af aan netjes stil op tafel te blijven liggen bij de vachterzorging, ook al is er de eerste maanden nog geen klitje te zien.